4. Organisatorisch competent
Er zijn 7 SBL-competenties voor een leraar primair onderwijs. Dit is de vierde competentie voor een leerkracht primair onderwijs (PO).

De leraar primair onderwijs draagt zorg voor alle aspecten van klassenmanagement ten behoeve van zijn groep. Om die verantwoordelijkheid verantwoordelijkheid waar te kunnen maken moet de leraar primair onderwijs organisatorisch competent zijn. Een leraar die organisatorisch competent is, zorgt voor een overzichtelijke, ordelijke, taakgerichte sfeer in zijn klas en zijn lessen. Zo’n leraar zorgt er dus voor dat de kinderen:

  • Weten waar ze aan toe zijn en welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief;
  • Weten wat ze moeten doen, hoe en met welk doel ze dat moeten doen.

Bekwaamheidseis bij deze competentie

De leraar primair onderwijs onderschrijft zijn organisatorische verantwoordelijkheid. Hij heeft voldoende organisatorische kennis en vaardigheid om in zijn klas en zijn lessen een goed leef- en werkklimaat tot stand te brengen. Overzichtelijk, ordelijk en taakgericht. In alle opzichten voor hemzelf, zijn collega’s en vooral voor de kinderen helder. En dat op een professionele, planmatige manier.

Om aan deze bekwaamheidseis te voldoen moet de leraar primair onderwijs...

...het volgende doen:

  • De leraar hanteert op een consequentie manier concrete, functionele en door de kinderen gedragen procedures en afspraken;
  • De leraar gebruikt organisatievormen, leermiddelen en leermaterialen die leerdoelen en leeractiviteiten ondersteunen;
  • De leraar houdt een planning aan die bij de kinderen bekend is en gaat adequaat om met tijd.

...deze kennis hebben:

  • De leraar is bekend met die aspecten van klassenmanagement die voor zijn onderwijs relevant zijn.

Indicatoren van deze competentie

Hieronder geven we een paar voorbeelden van indicatoren van de organisatorische competentie.

  • Hij hanteert op een consequente manier concrete, functionele en door de kinderen gedragen procedures en afspraken.
  • Hij gebruikt organisatievormen, leermiddelen en leermaterialen die leerdoelen en leeractiviteiten ondersteunen.
  • Hij houdt een heldere planning aan die hij ook met de kinderen bespreekt. Hij gaat adequaat om met tijd. In onverwachte situaties improviseert hij op een professionele manier en stelt daarbij duidelijke prioriteiten.
  • Hij kan zijn opvatting en zijn aanpak van klassenmanagement verantwoorden.

Alle zeven competenties voor een leraar PO

1. Interpersoonlijk competent

Een leraar moet ervoor zorgen dat er in zijn groep een prettig leef- en werkklimaat heerst. Om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken moet de leraar interpersoonlijk competent zijn.

2. Pedagogisch competent

Een leraar moet de sociaal-emotionele en morele ontwikkeling van de kinderen bevorderen. Hij moet hen helpen een zelfstandig en verantwoordelijk persoon te worden. Daarvoor moet de leraar pedagogisch competent zijn.

3. Vakinhoudelijk en didactisch competent

Een leraar moet de kinderen helpen zich de culturele bagage eigen te maken die is samengevat in de kerndoelen voor het onderwijs en die elke deelnemer aan de samenleving nodig heeft om volwaardig te kunnen functioneren. Daarvoor moet de leraar vakinhoudelijk en didactisch competent zijn.

4. Organisatorisch competent

Een leraar draagt zorg voor alle aspecten van klassenmanagement ten behoeve van zijn groep. Om die verantwoordelijkheid verantwoordelijkheid waar te kunnen maken moet de leraar organisatorisch competent zijn.

5. Competent in het samenwerken met collega's

Een leraar moet ervoor zorgen dat zijn werk en dat van zijn collega’s op school goed op elkaar zijn afgestemd. Hij moet ook bijdragen aan het goed functioneren van de schoolorganisatie. Daarvoor moet de leraar competent zijn in het samenwerken in een team.

6. Competent in samenwerken met de omgeving

Een leraar moet contacten onderhouden met de ouders of verzorgers van de kinderen. Hij moet er ook voor zorgen dat zijn professionele handelen en dat van anderen buiten de school goed op elkaar zijn afgestemd. Daarvoor moet de leraar competent zijn in het samenwerken met de omgeving van de school.

7. Competent in reflectie en ontwikkeling

De leraar moet zich voortdurend verder ontwikkelen en professionaliseren. Om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken moet de leraar competent zijn in reflectie en ontwikkeling.