Competenties voortgezet onderwijs

Er zijn door de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (nu Onderwijscoöperatie) en ander onderwijspersoneel landelijk zeven competenties vastgesteld, die alle wezenlijke aspecten van de bekwaamheid van een docent in het voortgezet onderwijs goed in kaart brengen.

Op de volgende pagina's worden de zeven competenties voor een docent VO verder uitgewerkt, met indicatoren op drie niveau's.

Overzicht competenties docent voortgezet onderwijs

1. Interpersoonlijk competent
Interpersoonlijk competent (VO)

Leiding geven en zorgen voor een goede sfeer van omgaan met en samenwerking tussen leerlingen.

2. Pedagogisch competent
Pedagogisch competent (VO)

Zorgen voor een veilige leeromgeving en bevorderen van persoonlijke, sociale en morele ontwikkeling of: bevorderen van de ontwikkeling tot een zelfstandig en verantwoordelijk persoon.

3. Vakinhoudelijk en didactisch competent
Vakinhoudelijk en didactisch competent

Zorgen voor een krachtige leeromgeving en bevorderen van het leren.

4. Organisatorisch competent
Organisatorisch competent (VO)

Zorgen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte sfeer en structuur in de leeromgeving.

5. Competent in het samenwerken met collega's
Samenwerken met collega's (VO)

Zorgen dat het werk afgestemd is op dat van collega’s; bijdragen aan het goed functioneren van de schoolorganisatie.

6. Competent in samenwerking met de omgeving
Samenwerking met de omgeving

In het belang van de leerlingen een relatie onderhouden met ouders, buurt, bedrijven en instellingen.

7. Competent in reflectie en ontwikkeling
Reflectie en ontwikkeling (VO)

Zorgen voor de eigen professionele ontwikkeling en de professionele kwaliteit van de beroepsuitoefening.