Een moeilijk gesprek

Daniel Hoopman 1705

Een assessment begint en eindigt vaak met een goed gesprek. Respectievelijk een intakegesprek en een nabespreking. Dat op zo’n gesprek rondom een assessment enige spanning kan staan, dat hoef ik je denk ik niet uit te leggen. Er kunnen persoonlijke belangen op het spel staan, maar er wordt in ieder geval een oordeel uitgesproken over bepaalde competenties. Over het algemeen ingrediënten die een gesprek niet eenvoudiger maken. Dat vraagt goede gesprekstechnieken van degene die het onderzoek gaat afnemen of heeft afgenomen.

Sinds 1979 loopt in Harvard een project met betrekking tot onderhandelen. Anders dan de naam doet vermoeden zijn de uitkomsten van dat project veel breder toepasbaar dan alleen tijdens een situatie van onderhandeling. Alle moeilijke gesprekken vertonen uiteindelijk dezelfde structuur (Stone, Patten en Heen, 1999).

Als je zelf onderdeel bent van zo’n moeilijk gesprek, bijvoorbeeld als assessor, is het vaak ingewikkeld om er een structuur in te ontdekken. Toch bestaat die structuur en helpt het begrijpen ervan om het gesprek in goede banen te leiden. Ieder ingewikkeld gesprek wordt door drie thema’s beheerst.

1. Feitenkwesties in gesprekken

Bij pittige gesprekken is er vaak onenigheid over wat er exact gebeurd is of wat juist niet heeft plaatsgevonden. Er komen feiten ter spraken en er wordt gesteggeld over wie er gelijk heeft. Je kunt je daar vast van alles bij voorstellen rondom een assessment. ‘Ik heb u geen doel horen noemen bij aanvang van de les’. ~‘Dan heeft u kennelijk niet goed opgelet meneer de assessor, want dat doe ik altijd en vandaag ook zeker’.

2. Gevoelskwesties in gesprekken

Bij ieder pittig gesprek spelen vragen en antwoorden over gevoelens een rol. Ik ben boos. Ik ben verdrietig. Ik ben teleurgesteld. Ik voel mezelf te kort gedaan. Die gevoelens worden meestal niet benoemd, maar ze hebben wel een enorme invloed op het verloop van het gesprek.

3. Identiteitskwesties in gesprekken

We vragen ons (bewust of onbewust) af wat de situatie voor ons betekent. Betekent deze uitslag dat ik capabel ben of juist incapabel? Ben ik een slechte leerkracht? Ben ik een goed of een slecht mens? Het raakt het zelfbeeld en de identiteit van de deelnemer. Deze thematiek kan een deelnemer behoorlijk uit balans brengen tijdens een nabespreking of een intake.

Tips bij dit soort moeilijke gesprekken

Bij elk moeilijk gesprek zitten we met deze drie zaken. Hoe we ook ons best doen, deze kwesties hebben kanten die we niet helemaal kunnen veranderen. Het helpt echter wel voor de procesgang om ze te benoemen en een plek te geven.

  1. Ten aanzien van de feiten is het goed om te beseffen dat deze vaak gekleurd worden door de context. Het zijn dus niet ‘de feiten’ die gepresenteerd worden, maar ‘uw waarnemingen’ als assessor.
  2. Ten aanzien van gevoelens is het goed om ze expliciet te maken. ‘Hoe voelt u zich over deelname aan het assessment? Hoe voelt u zich over deze uitslag? Waarom?’
  3. Ten aanzien van identiteit is het goed om te blijven herhalen dat een uitslag niets zegt over het ‘zijn’ van een persoon, maar slechts over het (veranderbare) gedrag van die persoon zoals dat is waargenomen door de assessor.